Hits:

De visie van de ELHA - 19 november 2004



Eerste Landelijke Huisartsen Associatie

Inleiding

In september 2004 werd de beslissing genomen de belangenvereniging Eerste Landelijke Huisartsen Associatie, de "ELHA" op te richten.

De ELHA is een geformaliseerde voortzetting van de "Club van 100", het e-mail discussieplatform van huisartsen dat ruim drie jaar de beleidsontwikkelingen van overheid en zorgverzekeraars t.a.v. de huisartsenzorg kritisch en met toenemende zorg heeft gevolgd en becommentarieerd. In tegenstelling tot de "Club van 100" is de ELHA een officiële rechtspersoon met ingeschreven leden en een gekozen bestuur. Met een overtuigend aantal leden ontstaat daarmee op regionaal en landelijk niveau een serieuze en gemotiveerde gesprekspartner.

"Club van 100" als klokkenluider en luis in de pels: voorloper van de ELHA

Zowel binnen de Landelijke Huisartsen Vereniging [LHV] als daarbuiten heeft de "Club van 100" gepleit voor versterking van financieel-economische positie van de huisarts-praktijkhouder en voor meer investeringen in de huisartsenzorg.

Verschillende bijeenkomsten zijn georganiseerd voor collega-huisartsen oa. met de woordvoerders gezondheidszorg uit de Tweede Kamer. Vertegenwoordigers van de "Club van 100" voerden overleg met het LHV-bestuur, leverden discussiebijdragen in de LHV-ledenvergadering, zorgden voor publicaties in pers en vakbladen, presentaties op TV en radio en er werd overlegd met politieke partijen over gewenste en ongewenste ontwikkelingen in het actuele beleid rond huisartsenzorg. De "Club van 100" stelde zich steeds op als klokkenluider en luis in de pels.

Deze "virtuele" landelijke huisartsengroep publiceerde vorig jaar december het "Manifest2004" met voorstellen voor opheffing van de individuele 24-uurs zorgplicht en voor continuering en versterking van de eerstelijns medische zorg. Dit manifest is inmiddels door bijna 800 huisartsen ondertekend [zie www.huisartsvandaag.nl en www.devrijehuisarts.org ]

De ELHA als concrete marktpartij

De overheid heeft besloten de Zorg te "verrijken" met de principes van de vrije markteconomie. Met verzekeringsmaatschappijen als regisseurs van de zorgsector, de "zorginkopers". Met onder anderen de huisartsen als zorgaanbieders, "verkopers van zorgproducten".

Binnenkort zal de Zorgverzekeringswet in de Tweede Kamer worden behandeld, die als doel heeft steeds meer marktwerking in de gezondheidszorg in te voeren. Op dit moment is er nog geen sprake van een "vrije markt" maar van een z.g. "gereguleerde markt" [volgens Hoogervorst VWS]. De verzekeringsmaatschappijen krijgen de gehele Nederlandse bevolking als klant aangeboden op basis van een door de politiek verplichte maar uitgeklede verzekerings-polis. Alle zorg die daarbuiten valt kan op de "vrije markt" worden ingekocht door burgers (patiënten). De zorgaanbieders, w.o. de huisartsen, mogen doen alsof ze "vrije ondernemers" zijn. Ze worden geacht te investeren, te innoveren en de gebruikelijke (financiële) ondernemersrisico"s op zich te nemen. De minister blijft echter aan de inkomstenkant, de tarieven bepalen. Hij stelt vast wat de huisarts-ondernemer aan praktijkkosten gecompenseerd krijgt.

Het huidige overheidsbeleid is gebaseerd op het doorvoeren van kortingen o.b.v. veronderstelde efficiëntieruimte, op inleveren in plaats van investeren. Tegelijk wordt van de huisarts steeds meer verwacht. Kortom, er is sprake van een ministeriële c.q. politieke geloofsovertuiging van "meer zorgaanbod voor minder geld".

De ELHA wil de ondertekenaars van het Manifest2004 en ook andere ondernemende huisartsen verenigen en daarmee de mogelijkheid scheppen om als formele rechtspersoon, krachtig op te komen voor een "toekomstbestendig" ondernemingsklimaat, zo nodig af te dwingen, t.b.v. de zelfstandig ondernemende praktijkhouders.

Zij pleit voor:

De ELHA als organisatie voor gemeenschappelijke ondernemersbelangen

De ELHA zal zich landelijk organiseren op basis van een gedeelde visie van de aangesloten huisartsen over hun gemeenschappelijke belangen als ondernemer.

Deze landelijke huisartsengroep is te vergelijken met de lokale hagro"s die rondom gemeenschappelijke lokale belangen georganiseerd zijn (waarneming, FTO e.d.) Er bestaan reeds een aantal andere huisartsengroepen die zich binnen de beroepsgroep eveneens (landelijk) organiseren op grond van gemeenschappelijke "belangen": apotheekhoudende huisartsen, jonge-nog-niet-gevestigde huisartsen, huisartsbestuurders van HDSsen, huisartsen-in-loondienst etc.

Er zijn dus verschillende groepen huisartsen. Soms met deels tegengestelde belangen of onderscheiden doelstellingen. In de LHV participerend als eigen "afdelingen". Het is dan ook denkbaar dat binnen de LHV "Nieuwe Stijl" het verzoek gedaan zal worden tot het instellen van een eigen afdeling van "Huisarts-Ondernemers". De ELHA kan daarbij uiteraard één van de pijlers zijn waarop de beroepsorganisatie LHV rust, als het gaat om het behartigen van de specifieke ondernemersbelangen (ook) van LHV-leden. Vooralsnog lijkt het echter noodzakelijk dat de omvang van de ELHA beperkt zal (moeten) blijven. Per regio kan maximaal 20% van de huisarts-ondernemers lid zijn vanwege de Mededingingswet (MW) en de randvoorwaarden en richtlijnen die de NMA tot nu toe heeft geformuleerd. Het maximum van het beoogde aantal leden ligt tussen de 500-1000. Maar de oprichting van een TLHA (Tweede Landelijke Huisartsen Associatie) van huisarts-ondernemers kan uiteraard volgen. En van een DLHA, een VLHA etc. Mocht echter in de toekomst de Mededingingswet [MW] niet (meer) van toepassing worden verklaard voor huisartsen, dan zal in die nieuwe situatie beoordeeld worden welke bijdrage de ELHA kan leveren aan een meer landelijk georiënteerde belangenbehartiging van huisarts-ondernemers..

De loskoppeling van dag- en ANW-zorg en het zeer kritisch volgen en becommentariëren van het in te voeren financieringssysteem voor huisartsenzorg, zijn twee prioriteiten waar de ELHA zich de komende tijd op zal richten. Juridische arbitrage behoort bij genoemde prioriteiten tot de reële mogelijkheden. Indien nodig tot en met het Europese Hof.

Een derde project is het opstellen van een ELHA-Zorgaanbod, waarin het aanbod van huisartsen(basis)zorg wordt geformuleerd. Het kan als uitgangspunt dienen voor de onderhandeling met (een aantal?) verzekeringsmaatschappijen. Over ander aanbod van zorg (AV, derde compartiment, transmurale zorg ed) kan de ELHA eveneens onderhandelingsvoorstellen doen aan de leden. Het inschakelen van gekwalificeerde "experts" (juridische "kanonnen" en professionele onderhandelaars e.d.) die namens de leden van de ELHA onderhandelingen begeleiden/voeren, is enerzijds onvermijdelijk, anderzijds ook mogelijk bij voldoende volume van de achterban.

De ELHA over de nieuwe financieringsstructuur van huisartsenzorg

Waar huisartsen enerzijds gestimuleerd worden om op medisch-inhoudelijk en organisatorisch terrein intensief samen te werken, worden zij straks tot elkaars concurrent gemaakt in de strijd om een deel van de gefixeerde pot euro"s cq. het Budgettair Kader Zorg [BKZ] te bemachtigen.

De ELHA wil hoge prioriteit geven aan het realiseren van een rechtvaardige en gepaste honorering van de huisarts en een gezonde financieringsbasis voor de praktijkvoering van de eerstelijns medische zorg. Recent is door de minister van VWS een tip van de sluier opgelicht over de wijze waarop de huisartsenzorg betaald zal worden. Allereerst wordt de financiering van de huisartsenzorg aan ziekenfonds-patiënten onder handen genomen. Hoogervorst(-Zalm) heeft het CTG gevraagd een tarief vast te stellen van € 5 per consult. De compensatie van praktijkkosten moet, aan de hand van een z.g. praktijkplan, door de huisarts bevochten worden in onderhandelingen met verzekeringsmaatschappijen. Met de aankondiging van dit z.g. "5 euro-consult", waarbij mogelijk telefonische consulten en herhalingsrecepten niet meer declarabel zijn, wordt bepaald niet de indruk gewekt dat in den Haag inmiddels serieuzer wordt omgesprongen met de belangen van de huisarts en de voorwaarden voor gezonde praktijkvoering. Mede onder druk van de LHV is dit plan voor het 5 euro-consult, gekoppeld aan de voorgestelde no-claimregeling voor de huisarts, door de minister weer ingetrokken. Althans voor 2005.

Ook voor de huisartsenzorg geldt dus dat het totale financieringsbudget gelijk blijft. Het betekent dat iedere huisarts, ieder samenwerkingsverband zal moeten knokken om een zo groot mogelijk deel uit het gefixeerde overheidsbudget te bemachtigen om de eigen uitgaven voor het runnen van een praktijk of HOED te kunnen compenseren. Wat bij de ene praktijk of HOED meer uitbetaald wordt, zal dan bij de andere praktijk of HOED geminderd gaan worden. De lengte van de Eurokoek is door de politiek vastgelegd. Voor de hoogte van praktijkkosten en consultfrequentie is dat uiteraard vooraf niet mogelijk.

Realisatie van (een deel) van de adviezen van de Commissie Tabaksblat (scheiding inkomen en praktijkkosten) wordt in de huidige voorstellen van VWS wel heel opportunistisch en armzalig uitgevoerd. Om het "norminkomen" te verwerven moet een huisarts een sterk verhoogde "productie" maken. Op papier (kwantitatief) goed voor de minister (bij het tekort aan huisartsen) maar slecht voor de kwaliteit van de zorg. Jammer voor de patiënten dus. De kans is groot dat een verhoging van praktijkkosten om toch zoveel mogelijk de kwaliteit van zorg overeind te houden (meer praktijkondersteunend personeel e.d.) straks het beroepsinkomen verder zal aantasten. In elk geval zal de werklast grensoverschrijdend zijn.

De ELHA over de Individuele 24-uurs zorgplicht van de huisarts

Omdat geen enkele huisarts de individuele 24-uurs zorgplicht individueel kan nakomen, om fysieke, juridische en financiële redenen, moet deze individuele plicht van tafel.

Als doel en maatschappelijke taakstelling van de gehele beroepsgroep huisartsen is een 24-uurs zorgaanbod zeker nastrevenswaardig. Een permanente beschikbaarheid van huisartsenzorg kan echter pas door zorgverzekeraars aan hun verzekerden worden aangeboden, indien er voldoende beschikbaarheid van dagzorg is voor elke Nederlandse burger en indien er voldoende huisartsen zijn gecontracteerd om bij te dragen aan de acute medische zorg in ANW. Al enkele jaren is een dergelijk aanbod van huisartsenzorg niet meer te realiseren en zijn er vele honderdduizenden burgers in ons land, zonder eigen huisarts. De ELHA wil in deze omstandigheden dat de huisarts prioriteit kan geven aan (uitsluitend) de medische zorg voor eigen patiënten overdag. Om daar de continuïteit van te garanderen.

Het idee dat een individuele 24-uurs zorgplicht opgelegd kan worden aan huisartsen (door de Staat, een verzekeringsmaatschappij of zelfs de eigen beroepsgroep) zal door de ELHA op alle mogelijke wijzen bestreden worden. Zowel binnen de beroepsorganisaties (LHV, NHG ea) als daarbuiten zal worden vastgehouden aan het recht van huisartsen-ondernemers zelf te bepalen wat zij individueel aan zorgaanbod te bieden hebben. En op welke wijze zij wel of niet wensen, of in staat zijn, bij te dragen aan het aanbod van 24-uurs huisartsenzorg.

De Nederlandse regelgeving rond de vermeende 24-uurs zorgplicht voor individuele huisartsen is inconsistent en tegenstrijdig. En zeker in strijd met de primaire (Europese) rechten van de mens cq. (huisarts-)ondernemers. Juridische interventies zijn onvermijdelijk. De ELHA zal die juristen inschakelen die bereid en in staat zijn de strijd aan te gaan om een opgelegde individuele 24-uurs zorgplicht van tafel te krijgen. Juristen die uitsluitend vertellen dat de regelgeving huisartsen beperkt en dat daardoor eigenlijk niets mogelijk is, verlammen en bevestigen de status quo. Maatschappelijk ondernemen, individuele onderhandelingsvrijheid, innovatie van praktijkvoering: als regelgeving dit in alle vrijheid tegenwerkt dan dient deze regelgeving aangepast of aan banden gelegd te worden en niet de huisarts-ondernemer.

De ELHA in relatie met de LHV

De ELHA is niet alleen een vereniging van huisartsen maar ook een organisatie die specifiek huisarts-ondernemers verbindt op basis van een gezamenlijk program en gemeenschappelijke belangen.

Dit in tegenstelling tot de LHV waarbinnen alle huisartsen participeren maar die niet altijd dezelfde belangen hebben. Soms is er zelfs sprake van tegenstrijdige belangen. Gevestigden en niet-gevestigden. Praktijkhouders en huisartsen in loondienst. Huisartsen in grote steden en die op het platteland. Zelfstandige praktijkhouders en HDS-bestuurders etc. Voor de LHV is het dan ook onmogelijk tegelijkertijd voor elke partij de belangen te behartigen en te vertegenwoordigen. De beroepsorganisatie heeft, zo is vooral de afgelopen twee jaar gebleken, door het bestaan van deze tegenstrijdige belangen, niet echt effectief kunnen optreden. Het LHV-bestuur zat in feite in een verlammende spagaat waarbij de achterban niet tot een gezamenlijke visie en actie kon komen richting overheid en zorgverzekeraars.

De introductie van meer marktwerking in de huisartsensector, betekent in elk geval dat er rekening gehouden moet worden met de tegenstrijdige belangen onder huisartsen. Een landelijke beroepsorganisatie voor alle beroepsgenoten, kan alleen landelijk opereren indien er sprake is van echt gemeenschappelijke belangen van alle huisartsen en voor zover de MW c.q. de NMA hierbij landelijke belangenbehartiging niet verbiedt. Overigens is deze positie van de LHV niet de keuze van de Club van 100 (en de ELHA) maar een aan de beroepsgroep door de politiek opgedrongen positie. De nadelen van de recente ontmanteling van de LHV door VWS en ZN, zijn duidelijk waarneembaar in de dagelijkse praktijk van onze zorgsector. Ondanks de vele moedige en hoopvolle, lokale en regionale initiatieven die huisartsen inmiddels ondernamen om zoveel mogelijk ondersteuningsfaciliteiten te behouden De voordelen van de LHV-ontmanteling staan uitsluitend in VWS-nota"s, in ZN-rapporten en in de Handelingen van de Tweede Kamer vermeld.

De ELHA als maatschappelijke organisatie

Het overgrote deel van de Nederlandse huisartsen is huisarts-ondernemer in solo- of duo-praktijk. Of werkt in een HOED of Gezondheidscentrum veelal opgezet door huisarts-ondernemers. Een klein deel van de beroepsgroep is in loondienst en een aanzienlijk aantal jonge huisartsen neemt (nog) uitsluitend waar.

Het individuele ondernemerschap van huisartsen is gedurende de laatste tientallen jaren de basis geweest van de effectiviteit en betaalbaarheid van de eerstelijns medische zorg. Schaalvergroting van praktijkvoering, inschakeling van managers,directeuren en hulppersoneel, realisatie van praktijknieuwbouw, toename van transmurale projecten, van z.g. verplaatste verpleeghuis- en ziekenhuiszorg, zullen bij minder of zelfs gelijkblijvende financiële middelen voor de huisartsenzorg, het einde inluiden van het individuele ondernemerschap van de huisarts. Een aantal bestuurders, managers en consultants en bedrijven zal daar wellicht (tijdelijk) beter van worden. Niet de burgers die hun verplichte premie betalen voor medische zorg die steeds anoniemer wordt, verder van huis raakt en in hapklare zorgbrokken wordt opgedeeld om aangeboden te worden door het voor de zorgverzekeraar goedkoopst werkende “zorgbedrijf” bij wie deze zorgbrokken zijn “ingekocht”. De beschikbaarheid, bereikbaarheid en de veel geroemde efficiëntie en betrouwbaarheid, zullen als kenmerk van onze huisartsenzorg, snel verdwenen zijn. Geen aangenaam vooruitzicht voor de burgers van Nederland. Voor de grote groep vergrijsde baby-boomers straks.

goede zorg voor een goede prijs!

de Eerste Landelijke Huisartsen Associatie gaat daar voor

wie volgt?