Hits:

Het grote ELHA LENTEOFFENSIEF 2006


8 mei 2006

Een initiatief van de ELHA en een advies aan haar leden



Eerste Landelijke Huisartsen Associatie



Uw Adhaesie kunnen wij gebruiken

Om de kans van slagen van genoemde ELHA-initiatieven mee te helpen vergroten is voldoende "volume" en financiële ondersteuning nodig vanuit de beroepsgroep.

Wilt u dit ELHA-initiatief ondersteunen,
meldt u dan aan als lid van de ELHA zo u nog geen lid bent
en of u nu al wel lid bent of lid wordt
vul het aanmeldformulier [klik hier] in
En vermeld in het vak opmerkingen "adhaesie Lenteoffenief 2006"



Het grote ELHA LENTEOFFENSIEF 2006

Positionering en organisatie van de huisarts in het nieuwe zorgstelsel

spelen op een veranderd speelveld met nieuwe spelers, gewijzigde spelregels en een aangepaste spelstrategie………….

  1. INLEIDING

    De huisarts in Nederland heeft in de afgelopen 20 jaar een toenemend belangrijke positie ingenomen in het (oude) zorgstelsel. De beroepsgroep stak veel energie in het ontwikkelen en implementeren van standaarden. De huisarts, als poortwachter van het stelsel, behield daarbij een laagdrempelige toegang en kenmerkte zich door zaken als doelmatig voorschrijven, Evidence Based Medicine, door doelmatige en betaalbare, persoonlijke zorg.
    Gewaardeerd door collegae in binnen en buitenland, maar bovenal door de patiënten, die hun huisarts koesteren als een makkelijk toegankelijke en betrouwbare, onafhankelijke veeldoener en gids in het ondoorzichtige woud van de hedendaagse medische zorg.
    In onderzoek is aangetoond dat kostenontwikkeling en kwaliteit van zorg beter beheersbaar zijn waar een goede eerstelijns zorg functioneert. Het Nederlandse model wordt in die onderzoeken als voorbeeld aangevoerd.

    In de afgelopen jaren hebben huisartsen massaal en indringend gewaarschuwd tegen ongewenste gevolgen van een ondoordacht invoeren van marktwerkingsprincipes binnen de zorg. Daarbij wijzend op de maatschappelijk relevante positie die de huisarts inneemt in het zorgpalet. En opkomend voor goed toegankelijke en kwalitatieve zorg voor iedereen in ons welvarende land.
    Deze inspanningen hebben er onder andere toe geleid dat er bij invoering van het nieuwe stelsel in de huisartsenpraktijk nog steeds sprake is van inschrijving op naam (ION) al hebben de zorgverzekeraars deze koppeling helaas niet geïntegreerd in hun eigen administratie. Ook kwamen er betere waarborgen voor burgers voor een drempelloze toegang tot te huisarts.

    Ondanks bovenstaande is positie van de huisarts in het nieuwe stelsel verre van zeker. Beleidsmakers willen immers dat binnen de eerste lijn het aanbod toeneemt. Dat met name voor de chronische zorg een marktveld ontstaat waarop liefst zoveel mogelijk aanbieders gaan meespelen. Dat het stelsel zich meer en meer zal gaan vormen door de principes van marktwerking. Men propageert een klantgerichte en vraaggestuurde benadering en meent dat het spel van vraag en aanbod de beste waarborg biedt voor prijsbeheersing. Zelfs is er vorig jaar door de politiek nadrukkelijk voor gekozen om niet structureel in huisartsenzorg te investeren. De bestaande ondersteuningstructuur voor de huisartsenzorg is door Haags beleid de afgelopen jaren zelfs afgebroken en buiten de beroepsgroep geplaatst en inmiddels naar een dieptepunt gedaald.

    De huisartsen zijn gedwongen zich in het nieuwe stelsel opnieuw te positioneren, zich opnieuw te oriënteren op hun spelpositie(s).

  2. SPELPOSITIES:

    • FOCUS OP LOKALE EN REGIONALE ONDERHANDELINGSSTRUCTUUR

      Niet alleen de bestuurlijke posities in het speelveld van de huisartsenzorg zijn met de aanname en implementatie van de nieuwe regelgeving grondig gewijzigd. Het gehele spel is fundamenteel op de schop genomen. Met steun van de meerderheid van het Parlement. Het zij zo. Een nieuw (markt)spel met nieuwe spelregels. Zoals "functionele aanspraken", huisartsen in loondienst bij de verzekeraar etc. In de praktijk blijkt dat nog veel onduidelijk is. Op sommige terreinen ontbreken heldere spelregels, blijken oude niet te zijn aangepast of nieuwe multi-interpretabel.
      De komende tijd zal nog veel moeten worden bijgesteld n.a.v. de nieuwe spelverdeling met zowel samenwerking als taakafbakening tussen zorgaanbieders, met de daarbij passende verantwoordelijkheden en financiering.

    • HUISARTSEN

      Huisartsen zullen moeten onderzoeken welke speelruimte wordt geboden om hun spelaandeel adequaat te kunnen blijven uitoefenen. Met als doel de komende jaren verder te bouwen aan betrouwbare, doelmatige patiëntenzorg waarvoor de medisch-inhoudelijke en bedrijfsmatige ontplooiingskansen zinvol kunnen en zullen worden benut. En dat is meer dan nu wordt toegestaan of mogelijk is. Zodat meer ruimte voor substitutie van zorg, van de tweedelijn naar de eerstelijn, ook werkelijk gestalte krijgt; de regie van de medische zorg bij de huisarts blijft of komt, tenzij het elders moet; gezondheids-zorg betaalbaar blijft en niet onnodig medische risico's oplevert.

      Wanneer de huisarts voldoende gefaciliteerd wordt kan er meer tijd en aandacht komen voor (bewezen zinvolle) preventieprojecten. Voor data-integratie rond actuele en chronische patiënten waarbij de huisarts een coördinerende en controlerende taak krijgt en zorgt voor een goede afstemming van alle belangrijke zorginterventies rondom patiënten. Dit kan alleen bij erkenning dat kwaliteit en tijdsinzet adequate investeringen noodzakelijk maken. Dat die investeringen zich daarentegen terugbetalen in kwaliteits-verbetering, veiliger en doelmatiger zorg, is evident.

      Feitelijk vinden de voor de huisartsen essentiële onderhandelingen met andere partijen in de zorg, inmiddels toenemend plaats op regionaal of supraregionaal niveau (Zuid-Nederland, Midden-Nederland en door enkele andere actieve huisartsengroepen.) Verdere professionalisering en een ruimere inzet van deskundige huisartsen met een regionaal goed toegerust en gefinancierd ondersteuningsapparaat, zijn daar voor nodig. De primaire verantwoordelijkheid voor organisatie en beleid dient bij de (regionale) huisartsen zelf te liggen. Voor onderscheiden groepen (hidha's, waarnemers en praktijkhouders) moet duidelijk te zijn op welke wijze zij hun specifieke belangen wel of niet regionaal willen en kunnen (laten) behartigen.

    • LHV

      Intussen is de juridische positie van de LHV als belangenbehartiger voor alle huisartsen flink gemarginaliseerd. Als sprekend voorbeeld het hierboven genoemde overheidsingrijpen door VWS, m.m.v. ZN, waarbij de landelijke organisatie- en ondersteuningsstructuur van de beroepsvereniging in 2003/4 werd gedecapiteerd en het personeelsbestand van ruim 400 medewerkers moest worden teruggebracht naar ruim 50.
      De LHV moest zich in dezelfde (afbraak)periode ook nog eens voorbereiden op de komst van de ZVW, op haar nieuwe positie (en die van haar leden), in de organisatie van de zorgmarkt. Ondertussen in haar oude functie de centrale onderhandelingen voeren. A hell of a job in een verwarrende en mistige overgangsfase.

      De LHV-ledenvergadering accordeerde medio 2005 tenslotte, na eerdere afwijzing van het 45/7 compromisakkoord, de 52/9 overeenkomst en later het Vogelaarakkoord. Zonder dat er voldoende zicht was op de bedrijfsmatige consequenties en op de technische uitvoerbaarheid. De heftige financieel-economische en organisatorische gevolgen worden nu, in weliswaar wisselende mate, door de individuele leden-praktijkhouders gedragen.
      Officieel is de LHV als vaste, officiële gesprekspartner, "de wet uitgeschreven". Mag aanschuiven aan overleg (zolang dat VWS en ZN van pas komt?) zonder formele rechten of bevoegdheden. Om lastige zaken "gezamenlijk" doorgevoerd te krijgen in de beroepsgroep? Om te dweilen met de kraan open ("veegploeg")?
      Als het zo uitkomt wordt de NMA uit de kast gehaald om de LHV te laten weten dat het geen partij meer is. Als het om centrale, financieel-economische onderhandelingen en afspraken gaat ("aanmerkelijke marktmacht" heet dat bij de Zorgautoriteit io) Dus onderhandelen op landelijk niveau, over concrete zaken in het belang van de leden-praktijkhouders en een gezonde praktijkvoering, is voor de LHV inmiddels min of meer taboe. Namens de wetgever die in de zorg toch vooral pleitte voor meer samenwerking ………….

      Het is echter niet alleen de NMA regelgeving of de invoering van de ZVW waardoor de LHV haar formele status als landelijke gesprekspartner of onderhandelaar namens alle huisartsen is kwijtgeraakt.
      Het doel van de LHV (bestuur en Ledenvergadering/-raad) de afgelopen jaren, om de belangen van alle huisartsen te behartigen betreft in feite ook een "mission impossible" in een omgeving waar groepen huisartsen tegengestelde of zelfs conflicterende belangen hebben (gekregen). Daar brengt ook een "democratisch" besluitvormingsproces binnen verenigingsverband de oplossing niet dichterbij wanneer daarbij een ruime minderheid wordt overruled door een geringe meerderheid en het daarbij gaat over zaken die vergaande consequenties hebben voor de bedrijfsvoering van individuele praktijkhouders.

  3. ACTUALITEIT

    Op dit moment is het echte marktwerkingspel nog niet zo duidelijk aan de orde. Zorgverzekeraars hebben hun handen vol aan de verwerking van de tsunami aan administratie en financieringsproblemen die de invoering van de ZVW tot gevolg heeft (gehad). "De echte Markt" komt ... maar zonder veel duidelijkheid.

    Regionaal zijn op een aantal plaatsen de eerste, als constructief ervaren onderhandelcontacten op gang gekomen tussen verzekeraars en vertegenwoordigers van huisartsen (w.o. kringbesturen). Resultaten in de vorm van enkele fraaie M&I - tarieven moeten dit illustreren. Daar waar het gaat over zaken als regiovisie/regiobeleid, kwaliteitsimpulsen en concrete versterking van de eerstelijn etc. blijven de zaken nog uiterst schimmig.
    Opmerkelijk bij dit alles is dat beide partijen op regionaal niveau, de voorbije en huidige activiteiten van hun beider landelijke koepel (LHV en ZN) nogal eens als hinderlijk ervaren. Voor regionale onderhandelaars is het vaak onduidelijk welke kaarten de LHV in het spel met ZN heeft ingezet. Soms lijken er zelfs tegengestelde doelen te worden uitonderhandeld (rol van de ZV bij ION; tarifering M & I modules ea)
    Voorzichtig ontstaan hier en daar nieuwe initiatieven van groepen huisartsen, of instellingen die iets op het gebied van huisartsgeneeskunde willen. Zo zijn er verschillende projecten gaande in het kader van b.v. diabeteszorg. Ook wordt er regionaal wat meer aandacht gegeven aan externe verantwoording en kwaliteitsnormering. De eerste contacten zijn gelegd met "doelgroepen" zoals patiëntenorganisaties, ouderenbonden en werkgevers, om te bezien op welke wijze zij bij de afspraken tussen zorgaanbieders en regionale zorgverzekeraars betrokken kunnen worden. Om als marktpartij (gebruiker) concrete wensen in te brengen t.a.v. het zorgaanbod. Maar het zijn vooralsnog summiere verschuivingen in spelpositie. En zeker bestaat er op dit moment geen uitrol over het land van deze prille regionale initiatieven.

    Op dit moment gaat vrijwel alle aandacht en inspanning van zowel huisartsen als verzekeraars, zowel in positieve als in negatieve zin, op aan het oplossen van de problemen op het gebeid van het declaratie - en betalingsverkeer. Het is van groot belang dat die zaken goed verlopen maar dat zal nog veel tijd en inzet vergen van betrokken partijen. Waarschijnlijk wordt het nog een hete zomer wanneer zorgverzekeraars en huisartsen de declaraties en de voorschotten definitief met elkaar moeten afrekenen. Toch lijken het op termijn, oplosbare zaken. Een enkeling ervaart het geautomatiseerde betalingsverkeer nu al als een (toekomstige) vooruitgang door vermindering van de werklast.

    Door genoemde situatie hebben andere zeer belangrijke zaken nog weinig aandacht kunnen krijgen.

    Met name zijn de mogelijkheden en bedreigingen van de marktwerking binnen de beroepsgroep nog niet breed en diep tot het bewustzijn doorgedrongen. Sterker nog: veel huisartsen blijven sterk gekant tegen het principe van marktwerking binnen de zorg. Het ongelezen getekend retourneren van aangeboden contracten van zorgverzekeraars, is nog steeds een kenmerkende reactie van een groot deel van de beroepsgroep.

    Waar het verder aan ontbreekt, zowel landelijk als regionaal, is de grote lijn. Een gemeenschappelijke visie op wat goede zorg nu werkelijk betekent en hoe die visie op regionaal niveau door partijen tot stand gebracht kan en moet worden
    Waar het ook aan ontbreekt en wat als gemis ervaren wordt, is centrale sturing van deze regionale processen. Maar dat kan ook moeilijk anders met de nieuwe regelgeving waarin dergelijke (noodzakelijke) samenwerking en overeenstemming over beleid, nu eenmaal onder de tucht van de markt en de MW zijn gesteld. [zie decapitatie LHV]

    Tenslotte is de erkenning en concretisering van de diversiteit in beroepsidentiteit onvoldoende ontwikkeld in de beroepsgroep. Diversiteit waardoor het mogelijk wordt dat op niet al te lange termijn "de huisarts" in Zeeland zich echt tot een ander soort huisarts kan ontwikkelen dan "de huisarts" in Groningen of in Limburg. Of mogelijk tot huisarts in een multifunctioneel medisch centrum in een achterstandswijk in Rotterdam of tot solistisch werkende, verloskundig actieve, apotheekhoudende plattelandshuisarts in Zeeland, daarin gefaciliteerd mede door adequate financiering.

  4. BEDREIGINGEN / KANSEN

    In het nieuwe stelsel, waarvan de beleidsmakers geloven dat de markt voor veel zaken de oplossing zal bieden, is meer vrijheid ingebouwd voor andere aanbieders van zorg dan voorheen. Dat geldt ook voor de huisartsenzorg: andere aanbieders die in deze markt zullen willen meedingen naar zaken die nu des huisarts zijn. Er valt hierbij al een natuurlijke voorkeur te bemerken van financiers om zaken te doen met top-down gestuurde (zorg)instellingen.
    Onder andere de tweede lijn en de thuiszorg zijn zeer geïnteresseerd in brokken chronische zorg. Veel andere initiatieven zijn hier te noemen. Ook HDSsen ontwikkelen zich hierbij als speler. Bieden arrangementen aan niet meer alleen voor de ANW-zorg maar ook voor dagzorg en voor bewoners van categorale instellingen of ten dienste van een andere opzet van de SEH van een ziekenhuis.

    Het ontbreken van samenhang en/of onderlinge coördinatie in perifere (regionale) huisartsinitiatieven kan bijdragen aan een verdere afbrokkeling van het vak. De verdeel- en heers tactiek van bestuurders en financiers kan hiermee extra in de kaart gespeeld worden.

    Als onmisbare partij bij de regionale versterking van de eerstelijn, substitutie en taakdifferentiatie onder de regiefunctie voor de huisarts, is een sterke regionale vertegenwoordiging van de huisarts: professionele onderhandelaars en inhoudsdeskundigen die namens de diverse regionale huisartsengroepen, overeenkomstig een breed gedragen en steeds geactualiseerd program, de visie van de huisartsen presenteren.

    Het feit dat in de samenleving meer en meer erkend wordt dat zorg zich niet volledig volgens marktwerking kan ontwikkelen, dat zorg op elkaar afgestemd dient te zijn, dat zuinig met middelen moet worden omgegaan en dat iedereen gelijkwaardige zorg dient te krijgen, biedt daarentegen de huisarts ook zeer veel kansen. De enorme (ervarings-)deskundigheid van huisartsen kan bij het aangeven van wat goede zorg is, van grote (maatschappelijke) waarde en betekenis zijn.

    Nog steeds geldt dat huisartsenzorg een brede en laagdrempelige toegankelijkheid kent; dat huisartsen veel kunnen bij een bijzonder gunstige prijs/kwaliteit verhouding. Met andere woorden: huisartsen hebben een sterk product. Nu nog de marketing!

  5. SPELINZICHT EN -STRATEGIE

    Huisartsen en hun belangenorganisaties zullen dus hard moeten werken aan hun beroepsidentiteit. En aan de diversiteit waardoor die huisartsenzorg lokaal en regionaal geboden kan (blijven) worden waar regionaal behoefte aan is. Dit specifieke zorgaanbod dient actief te worden uitgedragen. Zowel binnen de beroepsgroep, als daarbuiten: bij beleidsmakers, financiers en publiek.

    Het dient voor een ieder duidelijk te zijn dat bij versnippering van huisartsenzorg de zorg als geheel ook zal versnipperen: de samenhang in de zorg zal verdwijnen.
    De huisarts is het cement dat het gebouw, dat gezondheidszorg heet, bij elkaar houdt.
    De huisarts zorgt voor de juiste behandeling op de juiste plaats.
    De huisarts houdt de zorg toegankelijk en financieel beheersbaar.

    Natuurlijk dient de patiënt, diens vraag naar zorg, centraal te staan. Maar de haalbaarheid en betaalbaarheid van het stelsel vragen om een rond huisartsen georganiseerde vormgeving. Deze visie zal bij regionale onderhandelingen en initiatieven telkens het uitgangspunt dienen te zijn. Een naar believen uit te breiden checklist zou als kader kunnen werken (zie onder) Daadkrachtige regionale bureaus met voldoende deskundigheid en mankracht zouden daar armen en benen aan moeten geven.

  6. AANPASSINGEN VAN DE SPELREGELS

    Een drietal zaken die in het kader van versterking van de (praktijk)bedrijfsvoering na de komst van de ZVW, aan de orde zijn (gesteld):

    • de 24-uurs zorgplicht voor de individuele huisarts-praktijkhouders en
    • de nieuwe financieringssystematiek
    • landelijk één-loket voor ION - betalingsverkeer

    Van de declaratie- en betalingssystematiek mogen we inmiddels de administratieve en juridische chaos dagelijks aan den lijve ervaren. Overigens gelden de huidige afspraken slechts tot en met 2007. Daarna is het Vogelaar-akkoord vervlogen………

    • Individuele 24-uurs zorgplicht

      De visie van het LHV bestuur en de meerderheid van de afgevaardigden in de Ledenvergadering die de laatste jaren is uitgedragen, is bekend. "Elke huisarts is individueel verantwoordelijk voor (het organiseren van) 24-uurs zorg".
      Als eerste (2001?) werden het abonnementshonorarium en de particuliere tarieven "geschoond" van de vergoeding voor ANW-zorg ("inconveniëntentoeslag"): ongeveer € 13.600 per normpraktijk. De in oorsprong door huisartsen opgezette en gerunde HDSsen voor ANW-zorg, evolueerden in enkele jaren tot gefuseerde posten binnen holdings die een aantal posten beheren, met een eigen geprofessionaliseerd management. De zeggenschap van deelnemende huisartsen neemt vervolgens gestaag af. De HDSsen kregen als zelfstandige zorginstellingen de formele taak ANW-zorg te organiseren met een eigen budget, eigen personeel en een eigen kwaliteitsprotocol ed. Huisartsenzorg niet alleen voor de patiënten van de participerende huisartsen maar voor alle regionale burgers en passanten. Zelfs voor door de HDS gecontracteerde categorale groepen, uit de regio.
      De LHV-afdeling van de huisartsenposten verzelfstandigde vorig jaar tot de Vereniging Huisartsenposten Nederland [VHN] en is nu juridisch een zelfstandige brancheorganisatie van HDS-zorginstellingen. Is een directe gesprekspartner van VWS en Zorgverzekeraars geworden. Een landelijke organisatie die namens haar leden (HDSsen) steeds expansievere ambities koestert of wordt opgedrongen door VWS en ZV's. De HDS is daarbij geleidelijk in een directe concurrentiepositie terecht gekomen t.o.v. de zelfstandig ("voor eigen winst en risico") praktijkhoudende huisartsen.

      In de nieuwe marktordening is sprake van zorgaanbod op basis van functionele aanspraken. Daarbij kan (ook) huisartsenzorg door diverse zorgaanbieders geleverd worden. Huisartsen hebben niet langer de garantie (of het recht) dat hun zorgaanbod zal worden ingekocht. Maar ondanks dat toch voor de individuele huisarts de verplichting handhaven 7x24-uurs zorg te bieden? Zonder als marktpartij over enige onderhandelingsvrijheid te beschikken inzake leveringsvoorwaarden, omdat een deel van de beroepsgroep iedere huisarts een ANW-leveringsplicht oplegt?Zonder andere mogelijkheden te overwegen waarop huisartsen aan ANW-zorg kunnen bijdragen? (Engeland, Denemarken ea Europese landen)
      In dit verband is het juridische advies dat de ELHA vroeg over de individuele 24-uurs zorgplicht aan KBS-Advocaten te Utrecht, dec. 2005, zeer relevant.

      In dit advies concluderen mevrouw Prof. Mr. W.R. Kastelein en Mr. E.J.C. de Jong dat de regelgeving de beroepsgroep niet verplicht tot haar huidige standpunt inzake de ANW-zorg, "maar dat de beroepsgroep vooralsnog zelf voor dit standpunt lijkt te kiezen en daarmede de juridische normstelling invult. ... Een andere invulling door de beroepsgroep zal tot een andere invulling van de juridische normstelling leiden ..."

      Door vast te houden aan een 24-uurs zorgplicht zetten huisartsen zichzelf in de markt buiten spel en zijn zij overgeleverd aan marktpartijen als zorgverzekeraars en HDSsen. Met de asymmetrische machtsverhoudingen in de onderhandelingen tussen zorgverzekeraars en huisartsen, wordt het stellen van randvoorwaarden, laat staan het eisen van marktconforme honorering, een illusie. De afgelopen vier jaren hebben aangetoond dat het huidige LHV-beleid m.b.t. de 24-uurs zorgplicht dan ook ineffectief is en de individuele huisarts-praktijkhouder oneigenlijk en onnodig veel (geld en energie) heeft gekost.

      Wij menen met de LHV dat huisartsen het meest capabel zijn om een professionele hoofdrol te spelen in de eerstelijns ANW-zorg, maar dat het vasthouden aan de individuele zorgplicht in de nieuwe marktcon-stellatie geen recht doet aan de onderhandelingspositie en -ruimte die lokale en regionale huisartsen-vertegenwoordigers nodig hebben om als serieuze marktpartij op te kunnen treden.
      Het is tevens voor de langere termijn, voor de samenwerking binnen de beroepsgroep als geheel, een risico als een belangrijke minderheid in de beroepsgroep niet de vrijheid gelaten wordt zelf de verantwoordelijkheid te dragen over inzet en werklast.

      In de loop van dit jaar worden door een aantal regionale vertegenwoordigers, de noodzakelijke stappen gezet om het eigen zorgaanbod voor huisartsendagzorg aan te bieden aan relevante marktpartijen. Daarnaast zal op facultatieve basis een (individueel) zorgaanbod aan HDSsen, als zorginstellingen verantwoordelijk voor regionale ANW-zorg, worden aangeboden. Na overeenstemming over de (marktconforme?) randvoorwaarden voor participatie binnen HDS-verband kan besloten worden te contracteren.
      De VHN zal hieraan kunnen bijdragen door een actieve(re) rol te spelen m.b.t. het realiseren van goede randvoorwaarden. Niet alleen voor de ondersteunende HAP-medewerkers maar ook voor te contracteren (huis)artsen. De VHN dient op professionele en effectieve wijze de belangen van haar leden / zorginstellingen te behartigen zodat voldoende gekwalificeerde medewerkers, waaronder (huis)artsen kunnen worden aangesteld. De VHN dient zich als marktpartij of brancheorganisatie, te realiseren dat het niet langer kan terugvallen op de vrije beschikbaarheid van een arbeidspotentieel van academisch geschoolde medewerkers (huisartsen) die als verplicht tewerkgestelden kunnen worden ingeroosterd.

    • Financieringssystematiek

      Er is vanuit de beroepsgroep door een aantal actief betrokken huisartsengroepen, vorig jaar gewaarschuwd voor de gevolgen van het gesloten 52/9 en het uiteindelijke "Vogelaarakkoord". De feitelijk gevolgen zijn echter nog ernstiger dan werd voorzien. ZN als onderhandelingspartner is niet alleen niet betrouwbaar gebleken, het bleek ook geen grip te hebben op de wijze waarop gemaakte afspraken door ZN-leden werden genegeerd of zelfs tegengewerkt.
      Inschrijving Op Naam zonder daadwerkelijke bereidheid van zorgverzekeraars medeverantwoordelijkheid te dragen voor de uitvoering ION, is voor onze beroepsgroep een dramatisch dieptepunt bij de invoering van de ZVW. Het is onbegrijpelijk dat er tussen de LHV,VWS en ZN een akkoord is gesloten dat juridisch zwak gefundeerd bleek, waarvan de technische uitvoerbaarheid niet was aangetoond en waarbij de ZN-directie het volk, het Parlement en de minister voorloog met "de verzekeraars zijn er klaar voor".

      Het wordt door velen betreurd dat het LHV-bestuur en de Ledenvergadering vorig jaar hardnekkig slechts één model van "gemengde honorering" in ogenschouw en in discussie wilden nemen. Keuze van andere modellen van "gemengde honorering" oa gepubliceerd door ELHA en de Vrije Huisarts, zou de kans op het ontstaan van de huidige financieël-administratieve chaos voor de huisarts zeker fors hebben kunnen reduceren.

      De ELHA zal met medestanders proactief stappen zetten ter voorbereiding van professionele contract-onderhandelingen voor haar leden. Ook zal een concreet voorstel worden gedaan aan het ministerie van VWS ea. voor een evenwichtiger en effectiever administratie van Inschrijving Op Naam [ION] waarbij deze juridisch wordt verankerd. Gekoppeld aan een landelijk en onafhankelijk financieringskantoor waarop zowel verzekeraars als zorgverleners zijn aangesloten.
      Tot het zover is wordt een betalingsprocedure uitgewerkt voor die situaties dat verzekeraars of gevolmachtigden hun betalingsverplichtingen niet nakomen. Daarbij zal de verzekerde, die tegenover de zorgverlener (WGBO) de primair betaalplichtige is, worden aangesproken. De verzekeraar kan dan uitsluitend de betaalplicht overnemen van de verzekerde onder strikte condities en zekerheden.

      De huidige afspraken in het "Vogelaarakkoord" hebben slechts een beperkte geldigheidsduur voor zover de afspraken al worden nageleefd…. Het is vrij zeker dat het spel vanaf 2008 weer grondig zal worden herzien. Weer nieuwe spelregels, strategieën en machtposities. Daarop moeten huisartsen en hun organisaties zich tijdig voorbereiden en lering trekken uit de ervaringen van de afgelopen jaren en uit de huidige chaotische situatie.
      Het kennen van je tegenspelers en weet hebben van hun spelopvatting is immers de halve overwinning van de wedstrijd.

    • Landelijk ION-betaalkantoor

      Het nieuwe zorgstelsel introduceert gereguleerde marktwerking met als doel de zorg meer doelmatig en betaalbaar te maken. Tot op heden is het resultaat een administratieve chaos zonder weerga. Verzekerden zijn massaal van verzekeraar geswitcht zodat die nu handen tekort komen om alle mutaties te verwerken.
      Ondertussen spelen zorgverleners noodgedwongen detective, op zoek naar de juiste verzekeringsgegevens om hun nota's vergoed te krijgen. De eerste vraag die een patiënt vandaag bij de huisarts te verwerken krijgt is niet: "Waarmee kan ik u van dienst zijn?", maar wel: "Waar bent u verzekerd?"
      Om het één en ander onder controle te krijgen, vervangt de ene noodoplossing het andere lapmiddel. Gecorrigeerd wordt er achteraf. Je zal van goede huize moeten komen om deze kluwen ooit nog te ontwarren. De huidige chaos zal echter in het niets vallen bij de puinhoop die zal ontstaan als alle declaraties, voorschotten en renteloze leningen verrekend gaan worden tussen verzekeraars en huisartsen.
      Vandaar ons pleidooi voor een eenvoudige en transparante oplossing, voor integratie van ION en betalingsverkeer door beide betrokken partners: zorgverzekeraars en huisartsen. En wellicht t.z.t. voor de gehele zorgsector: overal bestaan immers dezelfde tracerings- en betalingsproblemen?
      Richt een nationale databank en nationaal betaalkantoor op. Een landelijk dekkend register waar elke inwoner (BSN) gekoppeld wordt aan een verzekeraar. Voor de basisverzekering en indien van toepassing ook voor aanvullende polissen. Uiteraard kan op dezelfde wijze iedere inwoner gekoppeld worden aan zijn of haar huisarts zodat de ION ook financieel verankerd is. Zorgverleners sturen hun verzamelnota's naar dit kantoor. Daar worden deze nota's in pasklare stukken geknipt en verzonden naar de actuele verzekeraars. Verzekeraars maken het geld over en het betalingskantoor zorgt voor financiële afhandeling naar de declaranten toe. Eén loket dus, dat databankbeheer en factoring verenigt. Waardoor het zelfs mogelijk is de inschrijfgelden elk kwartaal automatisch over te maken en de praktijk te informeren met een lijst van ingeschreven verzekerden / patiënten.
      Iedereen vaart er wel bij. Zorgverleners krijgen eindelijk eens minder administratieve lasten. De verzekerden kunnen hun betalingsplicht tegenover de huisarts (WGBO) juridisch betrouwbaar overdragen. De zorgverzekeraars krijgen declaraties aangeleverd in een makkelijk te verwerken format en de overheid kan sturen op real-time gegevens. Dit kan de slaagkans van het nieuwe zorgstelsel ten goede komen daar er snel informatie beschikbaar is om het Nederlandse ZVW-experiment tijdig bij te kunnen sturen.

      Indien betrokken partijen hun medewerking geven aan de realisatie van het "één-loket" model, zal dat zeker bijdragen aan (herstel van) vertrouwen dat de laatste jaren fors op de proef is gesteld.

  7. NU HET SPEL ZELF

    Uiteindelijk gaat het ons om ruimte voor integere huisartsenzorg.
    Zorg die voor burgers goed bereikbaar is, voor iedereen beschikbaar en betaalbaar.
    Gaat het om substitutie van zorg naar de plek waar het goedkoper kan omdat het niet duurder hoeft.
    Het gaat om goede randvoorwaarden waarbinnen huisartsen met passie en professionele inzet, samen met andere spelers, "fair play" hun werk kunnen blijven doen.

    De andere spelers in het veld (burgers en bedrijven, verzekeraars, overheid en andere zorgaanbieders) moet duidelijk zijn wat de huisarts te bieden heeft. Welke kwaliteit tegen welke prijs en onder welke voorwaarden dit door de beroepsgroep en de individuele leden beschikbaar kan komen. Welke bijdragen de beroepsgroep kan bieden aan goede en betaalbare zorg. Ook met de komende vergrijzing

    Allereerst is daarvoor een (interne) bundeling van krachten nodig. Huisartsen zoals regionale onderhandelaars, (voormalige) actievoerders, vertegenwoordigers van kringbesturen, denkers en rekenaars. Eersteklas verkopers en woordvoerders. Kortom een organisatie van gelijkgestemden en krachtig gemotiveerden.
    Huisartsen met durf, visie en deskundigheid die betrokken willen zijn bij de verdere uitwerking hoe de beroepsgroep het best kan opereren om resultaten te behalen. Hoe oudere huisartsen erbij te houden en jonge artsen bereid te vinden zich te vestigen. Om de huisartsenzorg ook in het nieuwe stelsel, tegen voor ons aanvaardbare normen en voorwaarden, verantwoord in stand te houden en uit te bouwen.
    Met open agenda's. Met heldere taken en grenzen, voor maatschappelijk verantwoord ondernemen.

    Die bundeling van krachten moet op korte termijn zichtbaar zijn.

ELHA mei 2006

Bijlage: checklist voor actieve (mede)spelers



BIJLAGE

CHECKLIST HUISARTSENZORG

  1. Heeft iedereen een huisarts ?
  2. Is de huisarts voldoende toegerust voor zijn werk:?
  3. Voldoende opgeleid?
  4. Voldoende geëquipeerd?
  5. Voldoende ondersteund door personeel?
  6. Voldoende ondersteund middels automatisering?
  7. Voldoende toetsbaar?
  8. Voldoende ondersteund voor wetenschappelijk onderzoek?
  9. Voldoende ondersteund voor implementatie van standaarden, zorgvernieuwing en substitutie?
  10. Is de huisarts drempelloos toegankelijk?
  11. Valt door huisartsen geboden zorg altijd onder de verzekering?
  12. Vallen onderzoeken en behandelingen (incl. medicatie) die in de standaarden staan altijd onder de verzekering?
  13. Heeft de huisarts voldoende overzicht over de aanvullende zorgmogelijkheden binnen zijn regio en daarbuiten om zijn patiënten te adviseren?
  14. Is er voldoende thuiszorg in het werkgebied van de huisarts georganiseerd?
  15. Idem m.b.t. ouderenzorg/jeugdzorg?
  16. Is er voldoende GGZ in het werkgebied van de huisarts?
  17. Sluiten 2e lijns zorgmogelijkheden voldoende aan bij het werk van de huisarts in de zin van toegankelijkheid, wachttijden, diagnostische ondersteuning, wijze van communiceren ?
  18. Heeft de huisarts voldoende invloed op de ontwikkeling van die zorgmogelijkheden?
  19. Sluiten huisartsen zich voldoende aan bij het werk van de 2e lijn (substitutie, zorgvernieuwing ?
  20. Zijn huisartsen als groep voldoende aanspreekbaar en georganiseerd voor beleidsmatige afspraken, etc.?


Uw Adhaesie kunnen wij gebruiken

Om de kans van slagen van genoemde ELHA-initiatieven mee te helpen vergroten is voldoende "volume" en financiële ondersteuning nodig vanuit de beroepsgroep.

Wilt u dit ELHA-initiatief ondersteunen,
meldt u dan aan als lid van de ELHA zo u nog geen lid bent
en of u nu al wel lid bent of lid wordt
vul het aanmeldformulier [klik hier] in
En vermeld in het vak opmerkingen "adhaesie Lenteoffenief 2006"